Wetgeving Nederland en Belgie

Wetgeving Nederland en Belgie

Het blijft lastig. Wetgeving en alternatieve geneeskunst.

De Nederlandse Wet op de Uitoefening der Geneeskunst (WUG) van Thorbecke (1865), waarin een artsexamen werd geïntroduceerd in de gezondheidszorg, zorgde voor een splitsing tussen ‘reguliere’ en de ‘alternatieve’ geneeskunst. Deze WUG maakte het uitoefenen van geneeskunst door onbevoegden strafbaar. De Nederlandse overheid gedoogde en gedoogt echter de groep alternatieve genezers.
Sinds de jaren 50 van de twintigste eeuw zijn er diverse commissies geweest die probeerden regels omtrent de uitoefening van de geneeskunst door deze ‘niet-gekwalificeerden’ vast te leggen. Uiteindelijk kwam in 1973 de Staatscommissie Medische Beroepsuitoefening (‘Commissie de Vreeze’) met het voorstel van de Wet op de beroepen in de individuele gezondheidszorg, de Wet BIG. Deze werd uiteindelijk pas in 1999 van kracht.
De Wet BIG komt er op neer, dat ‘alternatieve genezers’ hun beroep mogen uitoefenen zonder daartoe een formele bevoegdheid te hebben verkregen, waarbij bepaalde medische handelingen uitsluitend voorbehouden zijn aan artsen en overige in de wet genoemde beroepen. Voor Nederland zijn de “voorbehouden handelingen”: heelkundige handelingen, verloskundige handelingen, endoscopieën, catheterisaties, injecties, puncties; narcose, het gebruik van radioactieve stoffen en ioniserende straling, cardioversie, defibrillatie, elektroconvulsieve therapie, steenvergruizing en kunstmatige fertilisatie.
In België is bovendien het stellen van diagnoses en het toepassen van medisch-therapeutische handelingen alleen voorbehouden aan artsen. Het toebrengen van schade aan de gezondheid van een persoon als het onbevoegd uitoefenen van de geneeskunde en het stellen van een diagnose wordt juridisch vervolgd.
In Nederland mag iedereen diagnoses stellen. De Belgische professor Willem Betz noemt in het dagblad Trouw (okt 2002) Nederland een paradijs voor kwakzalvers: Elke alternatieve genezer uit België of Duitsland die in eigen land veroordeeld wordt, gaat vlak over de grens in Nederland onverstoorbaar verder met zijn praktijken. Er wordt hem geen strobreed in de weg gelegd. Iedereen mag zich in Nederland therapeut noemen.
Medisch tuchtrecht is in Nederland uitsluitend van toepassing op beroepen die vallen onder de wet BIG. Alternatieve therapeuten kunnen in Nederland en België niet worden ingeschreven in het BIG-register, respectievelijk het Rijksinstituut voor Ziekte- en Invaliditeitsverzekering. Zij kunnen lid worden van een beroepsorganisatie, en bij elke beroepsvereniging is de verplichting lid te zijn een organisatie die een klachtenregeling en/of tuchtrecht kan verzorgen. De overheid laat de beroepsverenigingen van alternatieve geneeswijzen vrij in het bepalen van hun opleidings- en kwaliteitseisen. Sommige beroepsverenigingen verzorgen zelf hun opleidingen, en tuchtrecht of klachtenregeling; anderen besteden onderdelen uit aan instanties die zich daarop toespitsen. Als een beroepsorganisatie in Nederland voldoet aan de kwaliteitseisen van de Stichting Tuchtrecht Beroepen Natuurlijke Gezondheidszorg (TBNG) kan de beroepsorganisatie voor een tuchtrechtregeling lid worden van die stichting. Sommige beroepsverenigingen hebben dit aspect geregeld via de zelfstandige Klachtencommissie Alternatieve Behandelwijzen.
Wanneer een alternatieve behandelaar handelingen heeft verricht, die voorbehouden zijn aan artsen, is deze behandelaar juridisch te vervolgen.

De hele lastige contradictie blijft echter dat het om behandelingen gaat die vanwege de niet wetenschappelijk bewezen grondslagen tot het alternatieve circuit behoren. In principe kan een behandeling die medisch niets teweeg kan brengen ook geen schade aanrichten. Wanneer alternatief therapeuten zich zouden houden aan de claim van positieve effecten door massage, aandacht, leefstijl e.d. dan zouden er ook geen regels en wetten nodig zijn.

Maar wanneer nadrukkelijk geclaimd wordt dat indicaties die gediagnosticeerd worden door het reguliere medische circuit behandeld kunnen worden, gaan de werelden door elkaar lopen. Door opleidings en competentieclaims, door de succesvolle lobby om vergoed te worden door de meeste ziektekostenverzekeraars, door zich te presenteren als hoog opgeleide medicus die medische zorg biedt, zorgt de alternatieve wereld zelf voor de eisen die gesteld zijn in het verleden en de mogelijke eisen in de toekomst. De noodzaak om tot verdere  wetgeving over te gaan.