Levenslang geschorste psychotherapeut wordt “gerespecteerd” cranio sacraal therapeut

Psychotherapeut R. van Woudenberg wordt door tuchtcollege te Zwolle levenslang geschorst.

Toch kon hij docent zijn aan het Upledgerinstituut en is hij een gerespecteerd craniosacraal therapeut.

Een psychotherapeut die vanwege sexueel misbruik geroyeerd is gaat manuele zachte aanrakingstechnieken bedrijven. Ook nadat de beroepsgroep op de hoogte is gebracht blijft hij lid.

De volledige uitspraak van het tuchtcollege:

5a. uitspraak_tuchtcollege_zwolle

Zie voor meer informatie betreffende de reactie van UCN craniosacraal therapie:

http://www.platform-integratieve-gezondheidzorg.nl/craniosacraaltherapie-veroordeelde-psychotherapeut/

Een gedeelte uit de uitspraak van het tuchtcollege:

Het Regionaal Tuchtcollege te Zwolle, oordelend  inzake de op 19 december 2000
ingekomen klacht van
A., wonende te B.,

k l a a g s t e r,
– tegen –
C., psychotherapeut,
wonende te D.,
v e r w e e r d e r.

Zoals uit de onder rubriek 1 als vaststaand aangenomen feiten blijkt en door verweerder ook is erkend, heeft hij klaagster meermalen betast, gestreeld en/of gekust en in ieder geval tot twee
keer toe met haar sexuele gemeenschap gehad. Op grond daarvan heeft het College de beide klachtonderdelen hierboven genoemd onder 2a en 2b gegrond geacht.
Verweerder heeft ter zitting verklaard, dat de diagnose DIS ten aanzien van zijn cliënte reeds was gesteld door prof. L. Hij heeft die diagnose zelf zonder meer overgenomen.
Hij beschikte niet over een verslag van de M., waar klaagster eerder onder behandeling was.  De continuïteit van de zorg maar ook verweerders eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van
de diagnosticering werd op die wijze naar het oordeel van het College in de waagschaal  gesteld. Dit is (te meer) (ernstig) verwijtbaar omdat daarmee verweerder is tekort geschoten in
het scheppen van voldoende randvoorwaarden voor het adequaat kunnen uitvoeren van de  behandeling. De bedoeling van verweerders behandeling was klaagster structuur aan te
bieden. Volgens verweerder bestond over het doel van de behandeling en over de methodiek daarvan overeenstemming met klaagster. Klaagster heeft dat gemotiveerd ontkend en het
College is geneigd haar lezing daaromtrent te volgen ziende op de door verweerder ten  aanzien van haar gevolgde behandelingsmethodiek, die daar beslist niet mee in
overeenstemming is, waardoor een situatie kon ontstaan, die – het moge duidelijk zijn – de  tuchtrechtelijke toetsing op geen enkele wijze kan doorstaan.

Verweerder heeft bij zijn behandeling van klaagster haar immers op geen enkele wijze structuur aangeboden, integendeel, hij heeft door zijn handelen of nalaten op grove wijze inbreuk gepleegd op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn cliënte.

5. ten aanzien van de op te leggen maatregel:
Het College heeft verweerders handelen of nalaten bijzonder ernstig geacht.
Zijn handelen getuigt niet alleen van een volstrekte minachting voor de geestelijke en lichamelijke integriteit van klaagster, maar ook van een hoge mate van onzorgvuldigheid ten aanzien van de diagnosticering van cliëntes ziektebeeld en ten aanzien van de keuze van de te volgen behandelingsmethodiek.

Gezien verweerders volstrekt disfunctioneren als psychotherapeut en mede gelet op de ernstige gevolgen die dat voor klaagster en in het bijzonder voor haar gezondheidstoestand met zich heeft gebracht, heeft het College na ampel beraad besloten verweerder de zwaarste tuchtrechtelijke maatregel op te leggen, namelijk de doorhaling van zijn inschrijving in het
zogenaamde BIG–register.