Dood zuigeling door behandeling craniosacraal therapeut

Dood zuigeling door behandeling van craniosacraal therapeut.

Ondanks dat de dood van een zuigeling de zaak zeer zwaar maakt omdat het een zeer noodlottige en onomkeerbare afloop betreft nemen we dit niet mee in de beoordeling van de beroepsgroep craniosacraal therapie.

De reden hiervoor is dat na bestudering van alle stukken voldoende aannemelijk is dat het om een  handelingswijze van één individuele cranio sacraal therapeut ging die bovendien niet was aangesloten bij een beroepsvereniging. De toegepaste behandeling wordt niet ondersteund noch gedoceerd door beide opleidingen te weten het Upledger instituut en de Peirsman Cranio sacraal Academie.

Wat ons in deze casus wel opvalt is de wederom arrogante en niet empatische reactie van de beroepsgroep Register Craniosacraal.

Onderstaande reactie is tekenend voor het onvermogen van de beroepsvereniging om empatisch te reageren op gemaakte fouten. Karin van Deelen-Wortman spreekt over ongefundeerde aannames.

De rechtbank heeft onomstotelijk vastgesteld dat de dood van de zuigeling de therapeut is aan te rekenen. Er is geen sprake van ongefundeerde aannames. Deze therapeut herhaalt deze niet empatische houding en ontkenning van gemaakte fouten in de klachtenprocedure van een traumapatient die zij heeft beschadigd.

Karin van Deelen-Wortman, secretaris RCN reageert namens de beroepsgroepen als volgt:

“Dit artikel beschrijft de dood van een zuigeling na een behandeling door een craniosacraal therapeut. Wij vatten hierbij de belangrijkste onduidelijkheden en ongefundeerde aannames samen.

(1) De feitelijke doodsoorzaak is onduidelijk. Er worden 2 mogelijke oorzaken genoemd zonder een bewezen directe samenhang ervan met het overlijden. De MRI-beelden konden passen bij ‘direct trauma of bij algehele asfyxie’, en het obductieverslag vermeldt ‘subtiele axonale afwijkingen die door hypoxie of rek van het ruggenmerg zouden kunnen zijn ontstaan’.

In de beschouwing en conclusie wordt een causaal verband tussen spinale manipulatie c.q. geforceerde diepe halsbuiging en het optreden van de symptomen aangenomen. Dat is voorbarig en behoeft aanvullend onderzoek en discussie, zeker wat betreft de volgende punten:
• De casusbeschrijving is geheel gebaseerd op de bevindingen van het ziekenhuis en de heteroanamnese van de ouders. Het verslag van de behandelend therapeut wordt niet benut om gebeurtenissen, handelingen en symptomen te koppelen aan een tijdslijn.
• Het is niet aangetoond dat ‘een direct trauma of rek op het ruggenmerg’ de oorzaak is van het overlijden. ‘Algehele asfyxie met hypoxie’ of andere oorzaken zijn niet uitgesloten.
• Het is niet aangetoond dat de patiënt voorafgaand aan de behandeling gezond en zonder letsel was.
• Het is niet aangetoond dat de vermeende mechanische kracht tijdens en door de behandeling van de therapeut is uitgeoefend.
• De levensreddende en levenstabiliserende maatregelen kunnen hebben bijgedragen aan de resultaten bij de MRI-MRA-scan en de obductie.

(2) Het is niet duidelijk wat er bedoeld wordt met de ‘geforceerde manipulatie’ en ‘geforceerde diepe buiging’. Het is zelfs niet bewezen dat dergelijke handelingen bij de behandeling gebruikt zijn. De relatie tussen dergelijke manipulaties en craniosacrale therapie wordt ten onrechte gelegd.

De aannames en conclusies in deze casusbeschrijving zijn voorbarig. Wij stellen dat in ieders belang verder aanvullend onderzoek en discussie nodig zijn.

Register CranioSacraal therapie Nederland (RCN), Velp
Verenigingen voor Upledger CranioSacraal therapie Nederland en Duitsland
Upledger Instituten Nederland, Duitsland en België”.

Een trieste reactie. Het is aangetoond. De betreffende therapeut is veroordeeld. Maar de beroepsgroep blijft het in twijfel trekken. Bijzonder kwalijk en pijnlijk voor de ouders van de overleden zuigeling.