Uitspraak Tuchtcollege beoordeling

Uitspraak Tuchtcollege Craniosacraal therapeut

De uitspraak van het Tuchtcollege NVKH NWP RCN VNT   inzake klacht patient A tegen therapeut B is door ons beoordeeld.

We hebben nogal wat  bezwaren tegen deze uitspraak.

Wanneer een ingediende klacht ontvankelijk wordt verklaard dient  een tuchtcollege zich uit te spreken over de ingediende klachten met motivatie betreffende al dan niet gegrond verklaring.

In dit geval betreft het een klacht met drie onderdelen. (a,b en c)

Alle onderdelen van de klacht dienen behandeld te worden en op een begrijpelijke manier gemotiveerd te worden. Op  twee klachtonderdelen  gaat het Tuchtcollege ten onrechte niet of nauwelijks in. Een inhoudelijk oordeel over dit klachtonderdeel wordt niet gegeven en dient in hoger beroep alsnog gegeven te worden.

Het tuchtcollege concentreert zich op de vraag hoe de behandeling verlopen is en hoe het proces naar de beëindiging toe verlopen is. Het oordeel van het Tuchtcollege komt erop neer dat de beëindiging van de behandelrelatie onvermijdelijk was. Het tuchtcollege verzuimt hierbij om in te gaan op de klacht dat, afgezien van de vraag of er goede redenen waren voor de opzegging van de behandelrelatie, met de patiënt op een duidelijke en begrijpelijke manier gecommuniceerd moet worden waarom de behandelrelatie wordt opgezegd en daarin een redelijke termijn moet hanteren. Daar zegt het tuchtcollege ten onrechte niets over.

Het tuchtcollege heeft het recht om zich uit te spreken over zaken die niet door patiënt zijn ingediend. Het tuchtcollege heeft echter niet het recht om ingediende klachten te negeren of niet te motiveren na ontvankelijkheidsverklaring.

Ten aanzien van  klachtenonderdeel c) geeft het tuchtcollege geen enkele motivatie. Het enkele feit dat er een andere hulpverlener (psychiater H) was, is uiteraard  onvoldoende om te veronderstellen dat er sprake was van adequate hulp, overdracht en doorverwijzing. Verweerster heeft immers eenzijdig besloten om de behandelrelatie op te zeggen en heeft dat  per mail gedaan, zonder ervoor te zorgen dat er op dat moment enige vorm van steun of begeleiding was. Zij had ervoor moeten zorgen dat tegelijk met de mededeling, enige vorm van hulp en begeleiding aanwezig was. Juist het feit dat zij dit alles nagelaten heeft  is hoogst onzorgvuldig en schadelijk te noemen.

Het tuchtcollege richt zich op enkele punten ook  tegen psychiater H.  H  is  geen partij in de tuchtrechtprocedure en het past het tuchtcollege niet om (ook) uitspraken over haar te doen.

Het tuchtcollege doet ook uitspraken over de patiënt. Een tuchtcollege mag de patiënt niet verantwoordelijk maken voor het handelen van de therapeut. Het is zeer af te keuren dat een patiënt die vanwege  psychische problemen therapie krijgt verantwoordelijk gesteld wordt voor de slagkracht van haar therapeut.   

Dit doet het tuchtcollege nog een tweede keer. Er wordt gesteld dat de patiënt dwingend gedrag  vertoond en er wordt een voorbeeld van gegeven. Los van het waarheidsgehalte zou dit geen  rol moeten spelen in de beoordeling van de ingediende klacht.

In feite oordeelt het tuchtcollege als volgt:

De therapeut is mede in de problemen gekomen doordat de patiënt geen emotioneel stabiel en adequaat gedrag heeft vertoond afgestemd op  de situatie.

Het tuchtcollege maakt zich in onze ogen ook schuldig aan vooringenomen en niet onderzochte standpunten.

Er wordt gesteld dat verweerster sturing en correctie van de psychiater ontbeerde. Er zijn vele mails voor handen waaruit blijkt dat verweerster samen met de psychotherapeut N,  psychiater H handelingsonbekwaam vonden, niet geschikt voor haar vak en haar lieten weten dat ze haar niet meer serieus namen. Ze wilde geen sturing van deze in haar ogen zeer onbekwame psychiater.

Het is voor ons onbegrijpelijk dat het tuchtcollege zich alleen concentreert op de  feitelijke “opzegging”. De klacht gaat over de wijze waarop deze opzegging is uitgevoerd. Hieraan wordt nauwelijks gerefereerd of anderszins aandacht aan besteed.

Tegen onderstaande passage uit de uitspraak hebben we de grootste bezwaren.

Verweerster was op de hoogte van de schadelijke van opzegging althans begreep goed dat de verbreking niet zou kunnen accepteren, terug vallen naar eerder stadia van de ziekte en in die zin schade zou lijden. In een ideale situatie zou bij een opzegging van de behandelrelatie die onvermijdelijklijkt een derde persoon zijn betrokken in een gesprek daarover, zoals prof K in zijn brief schrijft. Kennelijk heeft verweerster zich zodanig in een noodsituatie ervaren

Dit is het grootste struikelblok in het oordeel van het tuchtcollege. De wijze van opzegging gaat in tegen het reglement van de beroepsgroep. Er wordt door de beroepsgroep gesteld dat iedere aangesloten therapeut zich aan het reglement moet houden. Als een therapeut dit niet doet dan moeten er zeer zwaarwegende redenen zijn. Het tuchtcollege heeft dit niet onderzocht. Men stelt dat verweerster zich “kennelijk” zodanig in een noodsituatie heeft ervaren dat ook dit niet meer als mogelijkheid werd gezien.

Bovendien stelt het tuchtcollege dat klaagster de verbreking niet zou kunnen accepteren. Dit was niet aan de orde. Dat blijkt uit de inhoud van de klacht en mails die wij evenals het tuchtcollege ter beschikking hebben.

Met andere woorden. Een “kennelijke” noodsituatie maakt dat een therapeut zich blijkbaar niet hoeft te houden aan het reglement en dit wordt niet als verwijtbaar beschouwd.

Voorts maken wij bezwaar tegen het raadplegen van een vriendin.  Het eigen reglement schrijft voor dat een therapeut in deze situatie supervisie moet aanvragen. Dat lijkt niet gebeurd en wordt door het tuchtcollege blijkbaar niet relevant geacht.

Met de mededeling  dat “ook al werd klaagster enkele keren in crisissituaties opgenomen in een psychiatrische instelling, de behandeling werd telkens ambulant voortgezet door de psychiater en verweerster“. geeft blijk van onvoldoende kennis van het tuchtcollege. Het is een hele normale  gang van zaken dat na crisisopnames de behandeling ambulant wordt voortgezet.

Psychiater H is door het tuchtcollege opgeroepen. Het is in onze ogen onbegrijpelijk dat  psychotherapeut N niet is gehoord door het Tuchtcollege. Hij is gedurende 5 jaar wekelijks betrokken geweest bij deze behandeling. Heeft psychiater H geïnstrueerd om afstand te houden vanwege hertraumatisering. Heeft verregaand de lijnen van de therapie uitgezet. Als het handelen van medebehandelaars niet wordt  meegenomen in de beoordeling van deze klacht dan zou psychiater H ook niet gehoord moeten worden.

Een ander feit dat naar voren is gekomen is dat de psychotherapeut die door verweerster bij de behandeling is betrokken in 2002 doorgehaald is door het regionaal tuchtcollege te Zwolle wegens sexueel misbruik van een patiënt.

De klacht die is ingediend dat er een doorgehaalde psychotherapeut is ingebracht in de therapie is door het tuchtcollege volledig genegeerd.

De CST die  op grond van correspondentie lijdt aan angst en depressieve stoornissen, aan gevoelens van minderwaardigheid geeft nascholing op het gebied van Trauma. Waarbij ook de term psychiatrie valt.

Betreffende therapeut presenteert zich nog steeds als deskundige op traumagebied en noemt de gebieden PTSS en vroegkinderlijke traumatisering. Dit betekent dat dit gezien wordt als indicatiegebied door craniosacraal therapeuten.

De schadelijke wijze van beëindiging van de behandeling is door de therapeut niet erkend. Middels haar advocaat is zij blijven volhouden geen fouten gemaakt te hebben en dat ze in samenspraak met de patiënt de behandeling heeft beeindigd. Dit is aantoonbaar niet waar gebleken mede door de getuigenis van haar vriendin.

Het tuchtcollege heeft ook dit genegeerd. Het feit dat de patiënt medeverantwoordelijk gemaakt wordt, ook nog eens op subjectieve waarneming, aannames en op feiten die weerlegd zijn geworden is aantoonbaar schadelijk voor deze patiënt.

De therapeut begeeft zich op een gebied waarbij deze casus geleerd zou moeten hebben dat traumabehandeling meer behelst dan een opleiding van 4 dagen en  eigen bijscholing door het lezen van literatuur. Behandeling van vroegkinderlijke trauma’s en PTSS lijkt ons geenszins het terrein van cranio sacraal therapie.

De patiënt heeft een hoger beroep ingediend. Wij volgen dit met belangstelling omdat het om een zeer terecht hoger beroep gaat en vanwege de invloed en positie van betrokkenen.

In deze uitspraak heeft het tuchtcollege  het aantoonbaar niet houden aan het reglement waar de klacht ook over gaat,   genegeerd, zich geconcenteerd op de onvermijdelijke opzegging, die door patiënt helemaal  niet word aangevochten. Men maakt  psychiater H en de patiënt medeverantwoordelijk. En blijkbaar oordeelt het tuchtcollege dat het reglement niet nageleefd hoeft te worden als de therapeut daar kennelijk niet toe in staat is. Dit wordt door ons als zeer verwijtbaar gezien.  Het tuchtcollege heeft de functie om corrigerend op te treden. In onze ogen is hieraan niet voldaan.

Ondertussen heeft het hoger Beroep plaatsgevondenEen samenvatting van de  uitspraak is terug te lezen op de volgende pagina: