Competenties en vaardigheden craniosacraaltherapie

Competenties en vaardigheden:

Zelfoverschatting is wel de meest neutrale conclusie wanneer gekeken wordt naar de competenties en vaardigheden die craniosacraal therapeuten zichzelf toedichten.

Onderstaande lijst is zeer illustratief voor deze aan hoogmoed lijdende beroepsgroep.

De competenties en vaardigheden die door het volgen van de opleiding en nascholingen behaald worden volgens beide opleidingsinstituten.

(Bron www.upledger.nl/, www.pcsa.nu/)

Peirsman Craniosacraal Academie: Competenties

Cellaag per cellaag in de schedel kunnen identificeren.
Kennis en herkenning van de intelligentie van cellen en organen en het vermogen hiermee te kunnen communiceren zonder dat ze gefilterd worden door de mind.
Het kunnen communiceren met het lichaam van de cliënt middels het inzetten van de eigen lichaamswijsheid.
In staat zijn het Hart zijn transformerende werking te laten uitvoeren.
In staat zijn de gehoorzenuw en zijn verbindingen met de Hersenen te ontladen.
In staat zijn de spanning op de kleine hersenen en de hersenstam op te heffen.
In staat zijn een ‘volwassen’ controle op het Sympatische systeem uit te oefenen.
In staat zijn tot communicatie met alle regeneratie- en Immuuncellen en deze kunnen sturen.
Kennis van Stamcellen met al hun potentie en diversiteit vanaf hun ontstaan en ze te hulp roepen om organen of cellen te vervangen waar ook in het lichaam.
Kennis van de specifieke Immuuncellen die de hersenen beschermen.
Beheersing van de specifieke technieken die nodig zijn om maximale ruimte aan het zenuwstelsel te geven zodat groei en intelligentie niet door geboortespanningen gehinderd zullen worden.
In staat zijn om zaken als ADHD, autisme, inentingen, leerproblemen en andere disfuncties te behandelen.
In staat zijn tot het rechtzetten en schoonmaken van de Ventrikels en het rechtzetten van de kleine Hersenen zodat ze hun invloed uit kunnen oefenen op de algehele werking van alle andere onderdelen zoals de totale Hersenstam en de Visuele cortex.
De vaardigheden bezitten om ongewenste spanningen in het motorisch zenuwstelsel te laten verdwijnen door te werken met de Basale Ganglia, de Rode nucleus en de Piramides in het verlengde merg die evenals de Kleine Hersenen zorgen voor coördinatie van het motorische stelsel van het lichaam.
Kennis hebben van de nuclei waaruit de Hypothalamus en Thalamus bestaan. Deze één voor één kunnen ontladen waardoor gezorgd kan worden voor spectaculaire veranderingen in het lichaam.
Het leren herkennen van elke fase die het lichaam in het stervensproces doormaakt zodat je weet wat een stervende beleefd.
In staat zijn om te voelen hoe je eigen systemen één voor één stilvallen en je lichaam zich op alle vlakken voorbereidt om de ziel los te laten.
In staat zijn om langs de methode van fenomenologie (‘invoelschap’) tot het spirituele zijn van het menselijke embryo door te dringen. Inzicht onntwikkelen op de polariteitenmorfologie van geest en lichaam en een wezenlijke driegeleding in de mens, op micro- en macrokosmos, op mensontwikkeling en incarnatie.
In staat zijn het hele menselijke lichaam als psychosomatische dynamiek te zien met daarmee het moderne ‘brein-denken’ (“Wij zijn ons brein”) wetenschappelijk onderbouwd van zijn eenzijdige reductie te bevrijden.

Upledgerinstituut. Competenties:

Het bezitten van kennis (anatomie, fysiologie, neurologie en pathologie) en vaardigheden om stoornissen/restricties in het fasciale systeem en daarmee samenhangende osseuze, musculaire, neurologische en vasculaire structuren in het gehele lichaam te onderzoeken, behandelen en evalueren ten einde het functioneren van het bewegingsapparaat te corrigeren en/of verbeteren.
Kennis van de onderzoeks- en behandelmogelijkheden van het os sphenoid en het pneumo- en viscerocranium.
Het bezitten van diagnostische vaardigheden en kennis van de invloed van de emotionele component op het fasciale systeem.
In staat zijn om middels contact, aanraking, versmelting een opening tot voelen te creëren, zodat de patiënt gaat beleven wat er in de diepte speelt, in contact komt met zijn weerstand en zijn wens tot loslaten en zelf, inzichtelijk ervarend, kan kiezen hoe verder te gaan.
Het toe kunnen passen van somatoemotional release om de patiënt te ondersteunen en te begeleiden in het proces van loslaten.
Beheersing van een harmonieuze, gerichte aanpak bij individuele processen, die leidt tot verheldering en ondersteuning bij het oplossen van belemmeringen, die herstel in de weg staan.
Het onderzocht hebben (in theorie en praktijk) wat het belang is van de voltooiing van een biologisch proces.
Het kunnen integreren van manuele met verbale technieken en andere creatieve methoden , met als doel het proces van herstel te stimuleren.
Het kunnen werken met toepassingen die het lichamelijk herkennen, erkennen en los laten van energiecysten en het oplossen van negatieve emotionele ervaringen ondersteunen.

Het kunnen waarnemen/herkennen van de innerlijke (kinderlijke) overtuigingen die ten grondslag liggen aan de verschillende vormen van weerstand.

De vormen van weerstand zoals controleren, relativeren, bagatelliseren, polariseren, terugtrekken, vertrekken, dichtklappen, minderwaardigheidsgevoelens, schuldgevoelens, slachtofferverdriet, aanvallen, verdedigen, blokkeren, angst, schrik, gapen, lachen enz. herkennen en met behulp van specifieke manieren om de dialoog te voeren afgestemd op het soort weerstand de dialoog te bepalen qua richting en doel.
Het beheersen van de basisprincipes van luisteren en het kunnen maken van interventies.
In staat zijn om de richting en/of het doel van de dialoog te laten bepalen door de innerlijke (kinderlijke) overtuiging die ten grondslag ligt aan de weerstand die de cliënt/patiënt presenteert.
Het kunnen herkennen van de valkuilen van de therapeut en de overdracht van het blind zijn voor het eigen thema.
Het kunnen herkennen/waarnemen van de vijf (lichamelijke) karakter afweerstructuren en de bijbehorende energetisering van het lichaam.
In staat zijn te communiceren met de verschillende celtypes, om uit te vinden hoe hun werking verbeterd kan worden met name wanneer binnengedrongen mico-organismen een voet binnen de deur hebben gekregen.

Het kunnen communiceren met de klieren en organen betrokken bij het immuunsysteem zoals de lever, de milt, de thymus, de lymfeklieren
In staat zijn om door een goede begeleiding woorden te geven aan een trauma en daarmee een begin, een miidden en vooral een eind te geven waardoor het kan worden toegevoegd aan de geschiedenis van iemands leven.
Kennis hebben van alle recente neuropsychologische inzichten rondom het ontstaan van trauma en de behandeling ervan.
Het hebben van een visie die van invloed is op de manier waarop net trauma’s binnen de craniosacraal therapie wordt omgegaan.
Kennis hebben van de begeleidende psychopathologie van mensen met trauma’s, waardoor indicatie en contra-indicatie vastgesteld kunnen worden
Kunnen herkennen en werken met fenomenen als overdracht en tegenoverdracht door kennis van hechtingsproblematieken, projectie en projectieve identificatie, compensatie en vermijdingsstrategieen.

In staat zijn om coöperatief te kunnen werken met het gewaarzijnde lichaam als ingang; kunstzinnige
intervisie- en supervisie vanuit de menskunde, body-mind centering en Tsjechov methodiek.
Beheersing van de listening technieken (zowel general listening, local listening als extended listening)en deze in kunnen zetten om beperkingen in elke structuur in het lichaam (viscera, schedel, membraan, zenuw, bloedvat, gewricht etc.) te lokaliseren middels palpatoir te differentieren tussen de verschillende systemen en structuren.

Inzicht hebben in het DSM IV-systeem: ontstaan, geschiedenis voor- en nadelen en opbouw.
Kennis hebben van belangrijke ziektebeelden (verschijnselen) , zoals: stemmings-, angst- en psychotische stoornissen; persoonlijkheidsstoornissen; overspannenheid; werkproblemen en levensfaseproblemen.
Kennis en inzicht hebben in het begrip ik-sterkte om makkelijke en moeilijke cliënten te onderscheiden.
Kennis hebben van de verschillende medicatiesoorten voor bovengenoemde cliëntencategorieën.
De verschillende disciplines binnen de geestelijke gezondheidszorg kennen en hun behandelmogelijkheden en de verwijsmogelijkheden.
In staat zijn om een eenvoudige DSM IV classificatie opstellen.
Weten waar de grenzen liggen m.b.t. het behandelen van cliënten.
Klachten goed uit kunnnen vragen en te verbinden met iemands verleden (juiste diagnose).
Kunnen behandelen van klachten, veroorzaakt door actuele of recente gebeurtenis, of klachten veroorzaakt door persoonlijkheid/karakter
Kunnen bepalen van de ik-sterkte van de cliënt.
In staat zijn om draagkracht versus draaglast te analyseren.
Weten hoe te handelen bij suïcidaliteit, paniek, dissociatie, depressie, psychose, crisis.
Om kunnen gaan met overdracht/tegenoverdracht gevoelens.
Een crisisplan kunnen schrijven.
Communicatief vaardig, zowel naar collega’s als naar cliënten.
In staat zijn om een behandeling goed af te ronden en te beëindigen.
Weten hoe en wanneer advies in te roepen of te verwijzen bij twijfel of het niet meer weten.