Alternatieve geneeswijze, algemene informatie

Alternatieve Geneeswijze

De algemene trend die zich aftekent bij alternatieve geneeswijze (n) is dat een groot deel van de bevolking er in een periode van zijn leven gebruik van maakt. Ook al bestaat er meestal zeer weinig wetenschappelijke evidentie,  er is een maatschappelijke realiteit en het is maar de vraag hoe je daar als beleidsmaker mee om moet gaan.

Ondanks dat er slechts weinig bewijsmateriaal ten gunste van alternatieve geneeswijze bestaat, geeft 90% van de respondenten, in een bevraging van het federaal Kenniscentrum aan tevreden te zijn over een alternatieve behandeling. En hoewel ‘tevredenheid’ niet mag onderschat worden, veel reguliere zorgverstrekkers kunnen immers nog iets leren van de luisterbereidheid van beoefenaars van alternatieve geneeswijzen, is dit niet hét criterium om deze behandelingen op hun waarde te schatten. Dat blijft de evidence based medicine (EBM)

Alle grote, bekende alternatieve geneeswijzen zijn wetenschappelijk onderzocht. Vaak meerdere keren, met verschillende klachten, in verschillende situaties. De resultaten? Als ze nog steeds ‘alternatief’ worden genoemd weet men dat deze werkwijzen en medicijnen niet of onvoldoende werken in vergelijking tot een placebo.

Hoe verklaar je dat een behandeling  niet werkt maar wel helpt?

Er zijn een aantal uiteenlopende verklaringen die elkaar naadloos aanvullen en versterken.

In de statistiek is er de ‘regressie naar het gemiddelde’. Je voelt je heel slecht en wat later voel je je weer normaal. (Het omgekeerde, van je heel goed voelen terug naar normaal, wordt veel minder onthouden.) Volg je een of andere alternatieve behandeling, dan is het heel gewoon dat je daar in vele gevallen beter van wordt. Dat zou ook zonder dat middel gebeurd zijn. We zien echter gemakkelijk patronen waar er geen zijn.

Een belangrijke factor is die van de relatie tussen de behandelaar en de patiënt. Vertrouwen, luisteren en aandacht doen wonderen. In dezelfde lijn ligt de neiging tot sociale welwillendheid. Patiënten zeggen graag tegen hun arts dat ze goed geholpen zijn, artsen tegen hun patiënten dat ze goed bezig zijn.

We onderschatten – per definitie – de rol van het placebo-effect. Het placebo-effect ontstaat wanneer een neppil of -behandeling ons sneller laat genezen dan we normaal zouden doen. De patiënt denkt dat het aan de pil ligt, in werkelijkheid zijn het zijn verwachtingen over de pil. Niet de behandeling, maar de eigen geest is het actieve ingrediënt. Het placebo-effect is een veel krachtiger fenomeen dan we over het algemeen aannemen, en een stuk interessanter dan de  verklaringen die sommige therapeuten in de alternatieve geneeskunde er op na houden om hun successen te duiden. Er is veel winst te behalen als reguliere artsen zich meer in het placebo-effect zouden bekwamen. In de wetenschappelijke literatuur bestaan vele interessante onderzoeken naar het placebo-effect.

Dieren en baby’s hebben ook baat bij alternatieve geneeskunde. Dit wordt vaak geinterpreteerd als dat dit geen placebo-effect kan zijn. Dieren en baby’s weten immers niet dat ze worden behandeld.’ Hier treeft het placebo-effect by proxy in werking. Het ontgaat dieren en baby’s dat ze een medicijn krijgen voor hun ziekte, maar ze reageren wel op de rust en het vertrouwen die hun verzorgers ineens uitstralen (nu deze denken dat het goed komt). Ze reageren dus niet positief op het medicijn of de behandeling , maar wel op hun baasjes c.q. verzorgers.

We onderschatten de rol van toeval en andere factoren. Zelfs hardnekkige klachten kunnen soms ineens door een verandering van omgeving of levensstijl verdwijnen. Veel mensen raken overtuigd van een bepaalde alternatieve behandeling nadat reguliere behandeling niets uithaalde, maar niet lang na de alternatieve behandeling wel genezing tot stand kwam. Dat is heel mooi. Toch is zo’n op zichzelf staand verhaal geen geldig bewijs. Onderzoek laat zien dat de meeste klachten vanzelf overgaan en dat we geneigd zijn de oorzaak daarvan te danken aan iets wat we toevallig op dat moment (wel of niet) hebben gedaan. Daarnaast: we zoeken meestal hulp als we op het dieptepunt zitten. Vaak gaat de rit daarna weer omhoog. We kunnen nooit zeker weten wat bij onszelf precies de omslag is geweest.

Tot slot is er het niet te verwaarlozen feit dat samen met de alternatieve geneeskunde zeer dikwijls ook reguliere geneesmiddelen genomen worden.

Hoe beter de uitgevoerde studies, hoe minder effect men vindt. Dit staaft de bewering  dat je goede wetenschap nodig hebt om tot betrouwbare kennis te komen en om het kaf van het koren te scheiden.” Het is heel aannemelijk is dat zoveel dokters in bijvoorbeeld homeopathie geloven, ondanks hun wetenschappelijk opleiding:  Als jonge arts kun je leren  dat je bij bepaalde symptomen een bepaald homeopathisch middel voorschrijft. Sommige mensen worden beter en komen later dankbaar bij je terug. De mensen die niet beter werden of die homeopathie maar niks vinden, zie je echter niet meer terug. Als eenzaam praktiserend arts in de alternatieve geneeskunde heb je dus, zonder het vogelperspectief van klinische studies, een heel selectieve kijk op de wereld. Je kent alleen de successen. Zo kan het gebeuren dat je steeds sterker gaat geloven in de methode die je gebruikt.
Bovendien is de therapeutische praktijk van alternatieve behandelaars ook verbonden met hun sociale status, het gevolg van aanzienlijke investeringen en een bron van inkomsten.

Er is op zijn zachtst gezegd wrijving tussen de voorvechters van de ‘reguliere’ geneeskunde en de beoefenaars van ‘alternatieve behandelingsmethoden’ Dit is makkelijk te verklaren.

Wetenschappers hebben jarenlange universitaire studies achter de rug. Moeten vechten voor opleidingsplaatsen. Maken werkweken van 70-80 uur. Een voortschrijdend inzicht vraagt jaren onderzoek. Iedere behandeling moet worden getest en nauwkeurig beschreven zodat collega’s de behandeling kunnen reproduceren. Er is een zorgvuldige beoordeling en indien nodig terechtwijzing. Slecht opgezette onderzoeken worden niet geplaatst in medische tijdschriften.

Hier tegenover staat de alternatief genezer met een opleiding die alhoewel deze vaak aangeduid wordt als jarenlange studie, meestal niet meer inhoudt dan enkele maanden studie. De alternatief genezer heeft een holisitische kijk. Een onzichtbare energetische blokkade, een vorig leven, slechte energie van de partner, overgevoeligheid voor aardstralen, een negatieve levenshouding die zich manifesteert in kanker. De alternatieve geneeskunde vindt zonder twijfel een aannemelijke link met jouw klachten die door de patient niet gefalsificeerd wordt.  Het ” bewijs “dat wordt geleverd is dat de patient zich beter voelt.

Gezien de populariteit van de alternatieve geneeswijze mag deze niet genegeerd worden.  Vele alternatieve genezers menen dat wetenschappers niet open staan voor hun bijzondere, alternatieve verklaringen. In de praktijk staan veel wetenschappers open voor nieuwe manieren om naar de werkelijkheid te kijken. Dat is hun werk. Ze zouden er zelfs een Nobelprijs mee kunnen winnen. Als goede wetenschappers moeten ze zich echter ook aan de feiten houden. Dat hoeft de alternatieve genezer  niet te doen. Die hoeft alleen rekening te houden met tevreden en betalende cliënten.

Natuurlijk werkt het frustratie in de hand wanneer alternatieve genezers diagnoses mogen stellen  (Dat is in Nederland in tegenstelling tot in Belgie niet strafbaar.) Alternatieve genezers mogen beweren dat ze uiteindelijk alle ziektebeelden kunnen behandelen en worden uiteindelijk nergens op  beoordeeld. De wet biedt hiertoe nog steeds geen mogelijkheid.

De houding van vele alternatieve therapieën ten aanzien van de wetenschap is ambivalent. Men beweert vaak dat er geen wetenschappelijk bewijs te leveren is en dat dat precies de holisitische visie behelst. Aan de andere kant worden er vaak wetenschappelijke claims gebruikt om de betrouwbaarheid van de therapie aan te geven. Er wordt vaak onterecht en selectief wetenschappelijk onderzoek aangehaald. Dit gebeurt op verschillende manieren. Er wordt gewezen op niet bestaand onderzoek. Er wordt gerefereerd aan ondeugdelijk onderzoek. Er worden ondeugdelijke interpretaties aan resultaten van onderzoek gegeven. Wetenschapppers controleren elkaar, zullen alternatieve verklaringen testen en er worden om de zoveel tijd alle beschikbare onderzoeken over een onderwerp met elkaar vergeleken. Het is tot nu toe een feit dat waar alternatieve geneeswijzen goed uit de bus kwamen sprake is geweest van slecht uitgevoerd onderzoek en/of onterechte conclusies.

Veel beoefenaars van de alternatieve geneeswijzen zijn goede, gepassioneerde mensen die geloven in wat ze doen. Er zijn maar weinig bewuste kwakzalvers. Critici van alternatieve geneeswijzen worden vaak arrogant genoemd omdat er vanuit wordt gegaan dat zij twijfelen aan de oprechtheid van deze genezers. Maar oprechte overtuiging betekent niet dat de geneeswijze oprecht werkt.  Veel alternatieve genezers gebruiken pseudo-wetenschappelijk jargon om hun therapieën te verkopen. Vooral de kwantummechanica wordt momenteel misbruikt om alternatieve therapieën te verklaren. Luchtige woorden als energie, vibraties, chi, prana, zielsbewustzijn worden handig vemengd met pseudo-wetenschappelijke termen als bioresonantie, zero sum field en bio-energetische velden. Het klinkt misschien overtuigend als je een leek bent, het betekent vaak helemaal niets. In de literatuur, kunst en subjectieve ervaring zijn mooie woorden op hun plek maar als het gaat om het vergaren van betrouwbare kennis hebben we welomschreven definities en exact taalgebruik nodig, zodat alle betrokkenen weten waar ze het over hebben.

Onze voorkeur voor bepaalde woorden, geeft ruim baan aan bepaalde misverstanden. Onder alternatievelingen bestaat een duidelijke scheiding tussen chemische en natuurlijke producten. Chemisch = slecht, natuurlijk = goed. Hoe meer iets bewerkt is, hoe slechter het is. We hebben liever een plant dan een pil. De achterliggende veronderstelling is dat Moeder Natuur alles heeft klaargelegd, maar dat we daar (tegenwoordig) blind voor zijn. Het is een mooie gedachte, maar veel bewijs is er niet voor. De werkelijkheid is een stuk grijzer dan dat. In realiteit worden we omringd door natuurlijke ingrediënten die dodelijk zijn (bepaalde schimmels, arsenicum, asbest) en chemische producten die niets kwaads doen. Het verschilt per stof, per dier, per dosis. Sommige alternatieve therapeuten beweren dat mensen vroeger niet ziek werden omdat ze natuurlijker leefden, geen milieuvervuiling hadden en meer kennis hadden van de geneeskrachtige kruiden en planten. Dat de gemiddelde levensverwachting millennialang niet meer dan dertig jaar was en dat veel mensen vroegtijdig stierven aan de gevolgen aan zoiets simpels als een tandvleesontsteking wordt gemakshalve vergeten..

De werkelijkheid is dat ons lichaam en haar wisselwerking met de omgeving (voedsel, stress, milieu, onze gedachten) uiterst complex is. En onze hersenen verlangen naar duidelijke oorzaken en dito oplossingen. Helaas is het vaak niet duidelijk wat de klachten veroorzaakt, verergert of verbetert. Medisch onderzoek is een poging om die wisselwerking meer en meer onder controle te krijgen. Hopelijk kunnen serieuze ziekten zoals kanker en MS in de toekomst hierdoor voorgoed tot het verleden horen. Veel alternatieve therapieën erkennen en waarderen deze complexiteit maar matig en hebben een eenduidige verklaring voor een hele verscheidenheid aan ziekten.

Er is geen probleem te verwachten wanneer beoefenaars van de alternatieve geneeskunde zich houden aan chronische en psychosomatische ziektes zoals hoofdpijn, vermoeidheid, allergie, huidproblemen en andere klachten die sowieso beter worden of schommelen in intensiteit. De meeste genezers weten best dat ze kanker, MS of serieuze ontstekingen of bloedvergiftigingen niet kunnen genezen. Uiteraard zullen ze dan hun diensten wijselijk beperken tot ‘complementaire zorg’ om iemands ‘immuunsysteem en zelfhelende vermogen’ te verbeteren.

Iedereen moet zelf kunnen kiezen voor een behandeling, maar wat is de keus als je eigenlijk niet precies weet waarvoor je kiest? In het beste geval word je sneller beter door het placebo-effect, in het slechtste geval  kan het patienten enorm schaden. De alternatieve geneeskunde biedt ongetwijfeld iets wat de reguliere geneeskunde niet biedt: veel persoonlijke aandacht; betekenis en zingeving, en niet in de laatste plaats aandacht voor zaken die niet direct met de klachten te maken hebben maar wel indirect iemands leven verbeteren: stimuleren van een gezonde levensstijl en geestelijk welzijn. Dit kunnen hele waardevolle toevoegingen zijn. Maar het blijft belangrijk om erop toe te zien dat de alternatieve geneeswijze niet meer claimt dan het bovenstaande. Alle verwijzingen naar wetenschappelijke onderzoeken, wetenschappelijke grondleggers geeft de suggestie dat het ook wetenschappelijk bewezen is. Claims omtrent specifieke somatische, psycho-geriatrische en psychiatrische ziektebeelden moeten worden bestreden omdat dat pure misleiding is.

We signaleren een gebrek aan objectieve informatie aan patienten. Aan de andere kant is de EBM niet statisch. Onderzoek mag en moet volgens de geijkte procedures blijven bestaan.

Er wordt gekeken naar wettelijke regelgeving om patienten een bescherming te bieden ten aanzien van de totaliteit van het alternatieve aanbod. Het gevaar bestaat echter dat naast het  gezondheidsorganisatorisch model dat beoogd wordt, namelijk een waar de huisarts centraal staat, er een parallel systeem zou ontstaan dat een compleet eigen leven gaat leiden los van het geëchelonneerde aanbod. Tevens dreigt in dit circuit de verantwoordingsplicht t.a.v. de waarde en het effect van de therapieën te vervallen. Het kan evenmin de bedoeling zijn dat de alternatieve geneeswijze een trend in gang zet tot een nieuw soort van medicalisering en tot overconsumptie van alternatieve behandelingen. Het is dan ook enorm belangrijk om de plaats van de alternatieve geneeswijzen binnen de globale gezondheidszorgorganisatie te definiëren.

Ook al zijn er vandaag de dag voldoende studies om een duidelijk standpunt in te nemen inzake de
alternatieve geneeswijze, dan nog moet de kritische wetenschappelijke geest zich elke keer opnieuw vragen stellen. Blijvend onderzoek is dus wel noodzakelijk. We verschillen hier van mening met Ernst en Singh. De superioriteit van de wetenschap zit hem in zijn kritische reflectie, iets waar het vaak aan ontbreekt als het over allerlei alternatieve geneeswijzen gaat.

Zolang de medische claims niet worden ondersteund door wetenschappelijk bewijs zou men de therapie kunnen formuleren zoals een holistisch therapeut als volgt doet:

“Ieder mens heeft van nature de behoefte om aangeraakt te worden. Vooral als het lichaam signalen geeft die onplezierig zijn (zoals nek- of rugpijn).Door middel van massage krijg je aandacht en word je je bewust hoe je lichaam aanvoelt. Je lichaam voelen is enorm belangrijk, want dan weet je of je gespannen of ontspannen bent. Doordat we in onze maatschappij vaak zo weinig contact met ons lichaam hebben zijn we ons niet bewust van spanningen, tot het lichaam steeds sterkere signalen gaat uitzenden door middel van pijn. Massage is ook een moment voor jezelf om te ontspannen, te voelen waar je spanningen zich bevinden en zicht te krijgen wat die spanningen jou te zeggen hebben. Na een massage voelen de meeste mensen zich totaal anders, het denken en handelen is even tot rust gekomen, en er is weer ruimte om te voelen en te ervaren.”

Bovenstaande roept geen weerstand op. Doet geen beroep op wetenschap. Er worden geen onrechtmatige claims geuit.

https://nl.wikipedia.org/wiki/Alternatieve_geneeswijze